BLOG

Het nieuwe jaar is drie dagen oud. Het is koud en ze is op zoek naar het goede gebouw in het midden van het centrum van de stad. De eerste voordeur van dit jaar met daarachter een huis waar ze nooit geweest is  en mensen die ze nooit ontmoet heeft. Ze verwacht iets nieuws te ervaren en tegelijk veel herkenbaars. Maar nu loopt ze nog buiten en wordt door veel mensen nagekeken. Een grote vrouw van achter in de veertig met haar blonde haar wat streng achterover in een speld getrokken. Een beetje mascara om haar ogen meer te laten spreken. Verder zonder make-up of sieraden.

Toch zegt bijna iedereen haar gedag met een hoofdknik, een glimlach of zelfs een zacht hallo. Het is het spierwitte uniform dat de aandacht trekt, maar de vriendelijke, open uitstraling, glimlach en humor in haar ogen maakt dat mensen haar groeten.

Een behulpzame buurvrouw helpt haar naar het goede adres. Een appartement in het verste hoekje van een groot flatgebouw.  Ze belt aan. Na honderden voordeuren niet zenuwachtig meer, maar wel een tikje gespannen. Wat gaat ze aantreffen. Een naam en adres zeggen weinig, zoveel heeft ze inmiddels wel geleerd. Gaat ze de mensen leuk vinden en, hoewel dat dertig jaar na haar pubertijd niet zo belangrijk meer zou moeten zijn, gaan de mensen haar aardig vinden. Eén ding weet ze zeker, er woont daar een pasgeboren wondertje van een dag oud en dat verveelt nooit. In dit geval een eerste kindje, dus de ouders gaan haar op zijn minst een beetje nodig hebben.

Een lange, slanke dertiger met een kort baardje, net zulk kort haar en een bril met donker montuur doet open. Hij geeft een warme handdruk met een vriendelijke en wat onzekere lach op zijn sympathieke gezicht. Onzeker over wie hij in huis haalt en wat hij kan verwachten? Onzeker over wat hij aan moet met zijn pasgeboren zoontje of misschien met zijn pas bevallen partner?

De vrouw ligt in een lichte slaapkamer met uitzicht over een groot deel van de stad. Ze ziet er moe uit en een beetje bang, maar ze kan wel lachen. Aardig en iets gereserveerder dan de man. Het ijs moet nog gebroken worden en het vertrouwen gewonnen. Gelukkig heeft de vrouw een lieve uitstraling en staat ze open voor hulp.

Er ligt daar ook een klein mensje schattig te zijn. Een belangrijke reden waarom ze een aantal jaren geleden voor dit beroep koos en geen enkele ouder die het erg vindt dat haar aandacht eerst een poosje naar de baby uitgaat.

Dan begint het belangrijkste deel van haar werk. Het zoeken naar een balans. Haar baas zou het belangrijkste omschrijven, als het geven van informatie en instructie, het goed uitvoeren van de controles en, niet te vergeten, observeren, signaleren en rapporteren. Zij vindt het vinden van een balans minstens zo belangrijk. Een balans tussen aanpassen aan het gezin en zichzelf blijven. Tussen helpen met de baby en de ouders het zelf leren doen. Tussen aanwezig zijn en terugtrekken. Tussen werkzaamheden die leuk zijn en die nou eenmaal moeten. Tussen luisteren en vertellen. De balans tussen zich openstellen en niet teveel over zichzelf praten. Zoveel te vertellen, maar de mensen zitten ook weer niet te wachten op een irritante, betweterige kletskous. Als de balans vinden, wil lukken, lukt de rest ook wel.

Nu eerst een rondje door het huis. In welk beroep zie je zoveel huizen van binnen en mag je zelfs de kasten opentrekken? Ze ziet een warm huis met overal foto’s en kunstprenten, georganiseerd, maar niet strak. Ze ziet fantasyboeken en thrillers, een breiwerkje en een grote relaxstoel.  Veel verstand van inrichting heeft ze  niet, maar ze vindt het warm, vintage en een beetje yup. Het voelt in ieder geval prima.

Er volgen een paar dagen van van alles. Een aandoenlijk tafereeltje van een verse papa, die trots is, omdat hij het verschonen al zo snel onder die knie heeft. De sokjes vol met poep volgen later. Of papa die lekker zit te kroelen met zijn zoon.  Een man die kan luisteren naar zijn vrouw en boodschapjes gaat doen.

Een moeder die regelmatig in tranen is, om al die verwarrende gevoelens, pijntjes en vermoeidheid, maar ook om dat postpakketje met grote en hele kleine sokken in precies hetzelfde dessin. Een vrouw die iets te levendig droomt en soms hoorbaar nachtmerries heeft, zelfs tijdens de korte slaapjes overdag. En een moeder die, ondanks dat het zeer doet en haar zoon wel erg vaak vraagt, geduldig haar kind aan de borst legt en zelf niet zo goed doorheeft hoe fantastisch ze dat doet.

De baby doet gewoon wat baby’s doen. Alles komt goed op gang. Eten, plassen, poepen en boeren. Spugen doet dit mannetje bijna niet, hij houdt alle voeding voor zichzelf, maar schreeuwen kan hij des te harder, als hij niet of juist wel iets wilt.

Tijdens een verschoon-schreeuwsessie komt er zoveel geluid uit, dat een oma tegen de baby grapt, ‘wat een slechte mama heb jij hé, dat ze je zo aan het huilen maakt’. Oeps oma, niet slecht bedoeld, maar… tranen. Gelukkig lukt het relativeren later ook weer.

Haar zesde dag in het gezin en dit is duidelijk de kraamtranendag. De kraamverzorgster heeft al meer tranen gezien, dan ze gewend is, maar ook gelach, zelfspot, relativerend vermogen, positieve gesprekken en belangstelling voor anderen. Vandaag is anders. Deze prachtige moeder heeft zich inmiddels wel opengesteld en durft haar hart te luchten op haar meest kwetsbare moment. Dat is fijn en geeft de kraamverzorgster de kans om de vrouw gerust te stellen, begrijpen en begrip te tonen. Zij zijn samen in de keuken en de vrouw vertelt over haar tegenstrijdige gevoelens over het moederschap. Dat ze het moeder zijn niet meteen zo voelt, dat ze onzeker is of de hechting met haar kind zo wel goed gaat en de onzekerheid over dat ze zulke gevoelens heeft, terwijl ze toch zo verliefd is op haar kind en zo verlangt heeft naar zijn komst. Zelf verwoord ze het veel beter.

Veel voorkomende gevoelens weet de kraamverzorgster, maar het komt veel minder voor dat een jonge moeder het zo kan en durft te uiten. Heel  erg goed toch. En haar begripvolle partner is ook een goed luisteraar. Een echt stel samen. Het komt vast goed, maar voor de zekerheid gaat er toch wat voorlichting uit en een kattenbelletje naar de verloskundige. Postpartum depressies zijn geen geintje.

De laatste dag in dit mooie gezin. Ze ziet er een beetje tegenop om afscheid te nemen, maar er zijn eerst nog een paar uurtjes te gaan. Mevrouw heeft beter geslapen en is alweer vrolijker. Het vertrouwen weer wat gegroeid. Er staat een zelfgemaakte appeltaart op tafel en champagneglazen. Casper is een week en dat gaat gevierd worden. Het is de eerste keer dat de kraamverzorgster dat meemaakt. Om precies de geboortetijd wordt er geproost. De kraamverzorgende mag mee proosten, taart eten en foto’s van het gezinnetje maken. Zij hebben zelfs kleding aan die goed combineert. Hoe leuk. Nu krijgt dit gezin helemaal een speciaal plekje in haar hart en geheugen.

Een paar uur later is het dan toch echt tijd voor afscheid. Alles gaat goed. Ze zijn er ook wel weer aan toe om het zelf te gaan doen. Wat lieve woorden, een heel origineel cadeautje en een paar ongemakkelijke momenten, als de woorden op zijn, maar het ook raar voelt om zomaar weg te lopen. Waarom is ze zo slecht in afscheid nemen en waarom is dat bij sommige gezinnen nog moeilijker. Een week best intiem en dan is het ineens over.

Met natte ogen trekt ze de deur achter zich dicht en loopt de ijzige stad in. Op weg naar een ander gezin. Of een bevalling. Maar eerst een paar dagen vrij. Er is ook een eigen gezin.